Emotionele achtbaan

Paasweekend. Ik ga door mijn rug, en kan ineens niks meer. Ik krijg pijnstillers die ik eerder voorschreef, maar nog nooit gebruikte. En ik ben boos en verdrietig. Als mijn moeder lief geschrokken reageert, val ik uit. Dat iedereen op moet houden mij zielig te maken. Dat dit wel weer overgaat. En dat ik het er al helemaal niet de hele dag over wil hebben.

Het overvalt me. De tranen zijn disproportioneel. Dit stomme rugprobleem is hinderlijk, maar ook overzichtelijk want inderdaad, het gaat weer over. Het zijn tranen om een moeilijk te verteren ‘wat nu weer’. De tolerantie voor weer een probleem met mij, ookal is het dit keer klein en oplosbaar, is laag. Is er niet, eigenlijk. Ik ben klaar met met alle goedbedoelde ‘gaat het wel met je’ vragen. Ik ben klaar met niet zelf voor de kindjes kunnen zorgen. Joris die thuis moet blijven van zijn werk. Niet mee kunnen doen met alle gewone gezinsdingen. En ik schaam me. Ik schaam me voor mijn lijf, dat van mij iemand maakt die ik niet wil zijn. Ik bedenk manieren om te verdwijnen, weg te kruipen in een hoekje waar niemand me ziet. Waar ik niemand tot last ben.

De eerste maanden na de diagnose, leken verdacht veel op deze week. En dat is confronterender dan ik dacht. De afgelopen tijd ging ik vliegensvlug vooruit en we stopten de angst en het verdriet ver weg. Optimisme en hoop gaven ons steeds grotere vleugels. Ik leek weer op mijn oude zelf. Revalideren in sneltreinvaart, weer ruimte voor sociale afspraken. De vanzelfsprekendheid waarmee ik 100 taakjes oppakte. En Joris ze kon laten liggen. Zo snel als we ons aangepast hadden aan mijn beperkingen die eerste maanden, precies zo snel vervielen we nu weer in oude gewoontes en patronen.

Maar deze week, met mijn rug, doe ik tien stappen terug en ben ik thuis. Alleen met mijn gedachten. Ik bekijk oude foto’s en vind een verhaal terug. Ik schrik er een beetje van, wat ik schreef op 1 januari 2019.

‘Doodsbang ben ik. Dat dit voor altijd mijn leven is. Want wat als het een keer echt misgaat? Altijd ‘s avonds bedenken of ik de meisjes wel genoeg geknuffeld heb voor het naar bed gaan. Want stel je voor dat.. Moet ik ze toch maar dat briefje schrijven wat ik bedacht had? Want stel je voor dat.. Moeten Joris en ik het niet eens hebben over wat ik wil met afscheid, begraven of cremeren? Want stel je voor dat..

Bijna nog erger dan de angst voor mijn dood is de angst voor mijn nieuwe leven. Zo beperkt. Zo afhankelijk. Zo…patiënt. De kans op een ritmestoornis, altijd op de loer. De angst dat de meisjes het een keer zullen meemaken dat ik afgevoerd word in een ambulance. Het moment dat ze zullen beseffen dat ik anders ben dan andere moeders. Ziek. Dat ik niet alles met ze kan doen wat ik wil doen. Geen spannende dingen of grote reizen, gewoon meerennen als ze leren fietsen, met ze stoeien voor het naar bed gaan. De angst dat ik niet de vrouw voor Joris kan zijn die ik wil. Gelijkwaardig, iemand op wie hij ook kan leunen. In plaats van iemand voor wie altijd gezorgd moet worden. De angst voor een levenlang ziekenhuizen, onderzoeken, medicijnen met bijwerkingen. Met onzekere prognose.

Het is de eerste dag van 2019. Ik ben 35 en doodsbang.’

Ik lees het en verbaas me over hoe snel ik de angst achter me gelaten heb. De progressie groot en de wens nog groter. Joris had het eerder door dan ikzelf. Dat het probleem met mijn rug een signaal is. Een signaal van toch weer te snel en teveel willen. Hoe wrang dat ook is, want zoveel wens ik nu ook weer niet. Maar dit is waar ik het mee moet doen. Ik weet het en voel me schuldig en alleen. Met al mijn stomme klachten en gebreken.

Ik probeer trots te zijn op mezelf. Ik zou leren beter voor mezelf te zorgen. En dit is het begin. Ik geef schoorvoetend toe dat het niet lukt deze week, met deze rug. Ik doe een stap terug, om daarna weer vooruit te kunnen. De zorg voor de meisjes uit handen. Niet wat ik wil. Maar het moet. Naast mijn rondje fietsen door het Vondelpark (want dat gaat dus weer, fietsen!), neem ik rust, heel veel rust.

En onaangekondigd dringt zich in deze fysieke pauze een emotionele achtbaan op. Tijd voor rouwen om een haperend hart en falend lijf. Ik probeer in het reine te komen met mijn nieuwe leven, met al deze fases, fysiek en emotioneel. Het verdriet dat ik voel wanneer ik kijk naar mezelf op foto’s van het leven hiervoor. Zo jong, zo gezond. Nog maar zo kort geleden. Ik realiseer het me misschien nu pas echt. Dat ons leven nooit meer hetzelfde zal zijn. Hoe graag we dat ook willen geloven, terug kan niet meer.

En tegelijkertijd: als er iets vertrouwen geeft in dat wij er wat van kunnen maken, van dit nieuwe leven, dan zijn dat de afgelopen maanden wel. Want niet eerder voelde ik me zo vaak, zo intens gelukkig. Met de liefde van Joris. Met twee blonde hoofdjes op een glijbaan. Een zee aan tijd. Familie en vrienden. Ontelbaar veel lieve berichten. Ons fijne huis op een prachtige plek. Een warme koffie. Fietsen in de zon, fietsen überhaupt. Er is zoveel om dankbaar voor te zijn.

Dus daar ga ik weer, tussen de forensen en de hardlopers en de vrouwen met babies in het Vondelpark. Ze hebben geen idee. Ik ook niet trouwens. Ik fiets 2 rondjes, soms haal ik iemand in en ben daar dan heel tevreden over. En tijdens het fietsen visualiseer ik momenten in de toekomst. Momenten waar ik intens op hoop. In mijn toekomst, onze toekomst. Onze nieuwe toekomst.

You May Also Like

Werken

Ontsnappen

Reality check

Quarantaine

8 thoughts on “Emotionele achtbaan”

    1. Ja gaat iets beter, leve de farmacie:) Hopelijk snel weer up en running voor de revalidatie. Liefs voor jou en je mooie woorden steeds!

  1. Eindelijk weer even je blog lezen lieve Joanne. Wat ontzettend heftig wat jullie allemaal moeten verwerken steeds. Vooral mentaal lijkt het me heel zwaar. Ik bewonder jullie om jullie kracht en ben in mijn hart bij jullie!

    1. Dankje lieve Josée, mijn rug is zo goed als hersteld, erg fijn. Dus weer volop in de training bij het revalidatiecentrum en dat voelt goed! Lief dat je zo meeleeft.

  2. Jeetje Joanne, deze had ik eerder gemist. In datzelfde Paasweekend reageerde jij enthousiast op een uitnodiging voor een feestje voor een week later. Misschien was dat nog voor je rugklachten. Hoe dan ook, als meelevende buitenstaander waren wij ook al weer gewend geraakt aan een Joanne die veel meer kan dan we een paar maanden daarvoor voor mogelijk hielden. Denk ook aan het sprintje bij de marathon… 😉
    Maar, jouw verhalen zorgen ervoor dat ook de meelevende buitenstaander zich realiseert hoe bijzonder dat eigenlijk is, dat het alweer zo snel bijna normaal lijkt, dat de organisatie van jullie gezin er van de buitenkant er als een soepel lopend geheel uit ziet, dat jij weer kleur op je gezicht hebt, enzovoort.
    Wij hebben daar in ieder geval heel veel hoop uit geput voor jouw herstel.

    1. Wat mooi verwoord weer lieve Len, dankjewel. En er is ook enorm veel vooruitgang. In januari kon ik nog amper fietsen en nu gaat dat weer een beetje bijvoorbeeld. Dat het als gezin zo soepel loopt is ook echt dankzij Joris die zich aanpast en zoveel voor mij doet. En zonder alle hulp in Rdam was er uberhaupt geen marathon sprintje mogelijk. Veel liefs!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.