Vertrouwen

Het vertrouwen komt langzaam terug.

Het gekmakende gebonk van mijn hart die eerste maanden. De overslagen. De constante herinnering dat er iets hapert aan dat vitale orgaan. Het orgaan dat je in leven houdt zonder dat je je daar bewust van bent. Ik heb er zelden last meer van. En de keren dat het er nog wel is, voelen als een dankbare ‘reminder’. Om niet te vergeten hoe weldadig de rust is van het niet voelen van je hart.

Het sporten. Mijn kaartje met medische gegevens geef ik nog altijd af aan de balie van de sportschool. Bang ben ik niet (meer). Maar het voelt als een bezwerend, geruststellend ritueel. ‘Ik ben hartpatient’ komt er vloeiend uit mijn mond, als er een nieuwe sportschool medewerker staat. Het bevreemdt niet langer, het hoort nu bij mij.

Het slapen, zoals we dat altijd deden. Dicht tegen elkaar aan, ik op mijn linkerzij. Wat we het afgelopen jaar niet konden, zo bepaalde mijn hart. Geen duidelijke medische verklaring, wel iets dat veel hartpatiënten ervaren. Op links liggen zorgt voor gebonk, overslagen en onrust. De afgelopen maanden merkte ik al dat het soms weer kon. Nu merk ik dat het bijna altijd weer kan. Samen slapen, zoals we dat altijd deden.

De pillendoos. Die voor boosheid zorgde, weerstand, als ik hem weer moest vullen. Als er weer wat veranderde in medicatie. Die nu alleen nog een herinnering is aan weer een voorbije maand. Een overzichtelijke 3 pilletjes in de ochtend, 2 in de avond. Waarvan 1 medicijn gestopt wordt in augustus. De pillen die ervoor zorgen dat ik kan leven. Ik teken ervoor, inmiddels, die 4 pillen op een dag. Ook als het levenslang zou zijn.

Het werken. Wat ik zo intens graag weer wil. Hoe ik vorig jaar afscheid nam. Hoe bewust (hoe dat ging lees je hier). En hoe onbewust van de echte reden dat ik mijn werk niet volhield. Hoe onbewust van alles wat me zou overkomen later dat jaar (over de tijd rondom de diagnose schreef ik hier). Zodra ik eraan denk dat ik mijn witte jas weer aantrek, stromen de tranen over mijn wangen. Ik ben er blij mee. Ze doen me voelen hoe fijn het is om werk te doen waar je van houdt. En tegelijk: ook niet meer dan dat. De prioriteiten zijn duidelijker dan ooit. En dat geeft zoveel rust.

Ik ben blij dat de tranen nu komen. Want straks, als het echt zover is, dan gaat het niet om mij. Als ik mijn witte jas aantrek, ben ik er voor hen. Voor de patiënten. Samen met mijn collega’s. In het ziekenhuis waar ik me zo vertrouwd voel. En daar kijk ik zo naar uit.

You May Also Like

Boos

Ingesleten gedragspatronen

De echo van mijn hart

De realiteit

6 thoughts on “Vertrouwen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.