Chronisch ziek; hoe is dat voor je relatie?

Het was een zeldzaam warme dag, die twaalfde juli in 2014. We stonden in de tuin van het huis waar Joris opgroeide, omringd door onze liefste mensen. Mijn vriendin-met-gitaar had onder de oude iep ‘heelal van jouw hart’ gezongen. Mijn andere vriendin zou zo ‘verdwalen’ zingen, spelend op de oude piano van Joris’ ouders.

Ik kan het dromen, woord voor woord, wat ik tegen Joris zei in onze geloften. Hier een klein deel van mijn woorden aan hem: 

“Ik houd van je als…ik thuis kom na een lange werkdag, en jij besluit dat we eerst even voor ons raam moeten liggen met een glas wijn voordat er gekookt gaat worden. Ik houd van je als…we op zaterdagochtend opstaan en jij mij leert dat direct gaan schoonmaken en alle klussen afwerken geen optie is, maar dat er eerst rustig ontbeten moet worden, de krant gelezen en dan natuurlijk nog koffie. En als we ineens getoeter horen hier op het erf, nog maar twee dagen geleden, en daar een enorme vrachtauto vol met gehuurde spullen staat, en wederom blijkt dat een activiteit die we samen organiseren vele malen groter is geworden dan we van tevoren hadden voorzien, ja dan, dan houd ik van je.’

Joris sprak over de 10-en-een-half jaar dat we elkaar kennen. Over dat ik hem nooit verveel. En over zijn droom van een klein rood fietsje in de tuin.

Beiden sloten we af met deze woorden:

‘Ik beloof dat ik van je blijf leren, van je blijf genieten en dat ik je trouw zal blijven. 

Ik beloof dat ik het leven en de liefde met je zal blijven vieren bij alles wat het leven nog voor ons in petto heeft.’

Het is mooi om dit terug te lezen, juist nu. Nu niets meer vanzelfsprekend is en we de rollen in onze relatie herdefiniëren. Het is fijn dat we al 16 jaar bij elkaar zijn, heel goed weten wat onze valkuilen zijn. Want reken maar dat je die tegenkomt, als het moeilijk wordt.

Middenin de schok net na de diagnose, was het niet moeilijk om dicht bij elkaar te blijven. We hielden elkaar vast, huilden om alles wat er gebeurde, Joris nam zonder voorbehoud alle zorg voor kinderen en huishouden over en ik probeerde hem waar ik kon toch een beetje te ontlasten. Maar het moeilijkste moest natuurlijk nog komen. Toen er geen plotselinge ziekenhuisopnames meer waren, toen ik weer meer kon maar toch nog niet alles, toen het leven weer wat gewoner werd. 

En dat hebben we geweten. Gesnauw over stomme huishoudelijke taakjes. Irritatie als Joris 100 plannen had en ik wilde dat hij uit zichzelf begreep dat ik niet alles kan. Eindeloze praatsessies op de bank, ’s avonds. Als ik toch weer teveel had gedaan die dag, gedreven door perfectionisme en niet stil kunnen zitten. Door enthousiasme, zin in ondernemen. En een man die daarvan geniet, maar niet altijd zin heeft alles wat ik in mijn hoofd heb ook te faciliteren. Joris vol onbegrip dat ik niet wat vaker gas terug kon nemen, ik vol onbegrip dat hij niet voor me op de rem kon trappen. Tot ik wakker geschud werd door mijn psychotherapeut. ‘Waarom verwacht je eigenlijk dat hij dat voor je doet?’ Terecht natuurlijk. Ik was het zelf die moest zorgen dat ik aan mijn rust toe kom. Dus zeg ik steeds vaker nee, of ‘ik moet hier even over nadenken’. En als ik ja zeg, is het een volmondig ja, zonder verwijten achteraf. Ik zou liegen als ik zeg dat het makkelijk is. Een ‘storming’ fase, waarin we beide moeten wennen aan dat ik steeds vaker ruimte neem voor mezelf. Waarbij ik bij Joris afkijk hoe je dat doet, goed voor jezelf zorgen. En hij, dat moet gezegd, vooral blij is dat ik het eindelijk leer en we van eindeloze praatsessies ‘s avonds af zijn.

Soms dromen we over opnieuw zo’n mooie dag. Misschien in 2024, het jaar dat we 10 jaar getrouwd zijn. Met onze dierbaren om ons heen, in dezelfde mooie tuin, opnieuw die geloften uitspreken. Die geloften die nog veel meer waard zijn, na afgelopen jaren. Ik weet niet hoe ik het zonder hem had moeten doen.

You May Also Like

Hoe vertellen we het de kinderen

Hoop

Werken

Ontsnappen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.